Scherven brengen geluk


Door de drukke menigte probeer ik me een weg naar buiten te banen. Ik wist niet dat het zo ingewikkeld was om door een volle kroeg heen te lopen. Althans. Nuchter.

Het heeft iets weg van de Obstacle Run. Rondvliegende glazen. Overdreven bewegende armen en benen. Spetterende bierdruppels. Gebroken glasscherven. Scherpe Stiletto’s. Schreeuwende macho’s. En dat alles met knetterharde muziek. Met mijn dampende kopje thee probeer ik me een weg door dit doolhof heen te banen. Het was niet makkelijk. Ik ben blij dat ik iets van ervaring heb opgedaan op de Drie Dolle Dwaze Dagen van de Bijenkorf.

Vind je het gek dat je dronken wordt in de kroeg? Je moet wel. Het is anders gewoon zintuiglijk onverantwoord.

Voordat ik de grote uitgang heb weten te bereiken word ik hard aan mijn arm getrokken. Verbaasd kijk ik naar achteren. Ik staar in het vrolijke gezicht van een meisje waar ik ooit mee heb gestudeerd. Ze omhelst me en ik zie dat haar biertje wat druppels verliest.

‘Hoe is het?’, kiert ze helemaal in de ban van de kroeg. Ik kucht. ‘Goed’, antwoord ik naar waarheid. Ik weet even niet meer wat ik verder moet zeggen. Ik ben de barcode een beetje vergeten. Wat moet je allemaal zeggen? Waar moet ik het allemaal over hebben? Hoe moet ik mij hier een houding geven?

‘En met jou?’, vraag ik dan maar. Ze knikt enthousiast. Heel enthousiast. Ik zie rode blosjes op haar wangen. Ze kijkt even snel naar mijn kopje thee.

‘Zullen we buiten een sigaretje roken? ‘, zegt ze dan. Ik knik en ik ga haar voor. Ik stap de grote trap af. Ik kijk achter me. Ze loopt een beetje wankel op haar hoge hakken. Buiten neem ik een hap lucht. Mijn oren galmen nog na van de harde muziek. Mijn hand doet pijn van de hete thee. En mijn Zen-modus is verstoord. Verstoord door de Kroeg-modus.
Ik ga zitten op één van bankjes. Gelukkig zijn er heaters. Mijn oude studiegenootje gaat naast me zitten.

‘Hoe is het nou echt met jou?’, vraagt ze nog een keer terwijl ze vrij hard in mijn onderarm knijpt. Weer knik ik. ‘Goed, goed’, antwoord ik bedeesd. Ze kijkt me twijfelachtig aan. In haar ogen zie ik haar zoeken. Zoeken naar de wild enthousiaste kroegtijger die ik was. ‘Waar is ze nou?’, zie ik haar denken.

Ze zet haar biertje op de rand van de tafel. Het glas schuift van het wankelende tafeltje. KLETS. Met een klap spat het glas uit elkaar op de grond. In talloze stukjes. ‘Fuck’, zegt ze. ‘Ik haal wel even een nieuwe’, ze staat op. ‘Wil je ook een biertje?”, vraagt ze terwijl ze naar mijn kopje thee wijst. Ik schud mijn hoofd. ‘Ik drink niet meer’, zeg ik.

Twee grote blauwe aangeschoten ogen kijken me aan. ‘Wat?!?’, roept ze hard. ‘Jij?!?’, schreeuwt ze nog harder. Ik knik. Ze blijft me even ongelovig aankijken. ‘Maar je was altijd zo gezellig’, zegt ze terwijl ze naast me komt zitten. ‘Je was altijd de gangmaker. Ik keek altijd zo tegen je op’.

Ik probeer heel erg om niet beledigd te kijken. Ik knik. ‘Dat was ik ook, maar dat heeft me wel een groot probleem bezorgd: een alcoholverslaving’. Ze kijkt me hoofdschuddend aan. ‘Je had altijd alles zo goed voor elkaar’, zucht ze.

Ik schud mijn hoofd. ‘Dat leek maar zo’, zeg ik eerlijk.

‘Dus je drinkt helemaal niet meer? Ook niet soms één glaasje’, vraagt ze. Ik schud mijn hoofd. “Nee, dat kan niet’, zeg ik terwijl ik een sigaret op steek. ‘Ook niet eentje’, vraagt ze nog een keer. Weer schud ik mijn hoofd. ‘Helemaal niets?’, gaat ze door. Weer schud ik mijn hoofd.

Ze staat op. ‘Ik vind het knap, maar ik had het niet verwacht’, stelt ze, ‘Ik keek altijd zo tegen je op’, mompelt ze terwijl ze nog een biertje halen.

Terwijl ze wegloopt schud ik mijn schouders even los. Ik voel me gespannen. Het gesprek galmt nog even door mijn hoofd. Ik keek altijd zo tegen je op. Ik moet een beetje lachen. Dat was precies wat ik vroeger wilde. Dat mensen tegen me opkeken. Dat het leek alsof ik het allemaal had. Het enige wat ik had, was een groot alcoholprobleem.

Misschien kijken mensen nu niet meer tegen me op. Misschien denken mensen niet meer dat ik het allemaal voor elkaar heb. Maar nu kan ik in ieder geval met mezelf leven. Voor mezelf leven. En dat. Dat leer ik nu in de kroeg.

Misschien moet ik toch vaker uitgaan. Om vooral te zien wat ik allemaal niet mis. Om te zien hoe dramaticaal ik veranderd ben. Ik buk naar voren en begin de scherven bij elkaar te rapen.

Laat commentaar achter

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *