Van de (wijn)kaart 6


Rijdend over het goede wegdek, op Lanzarote, zijn we op zoek naar een restaurant. Een restaurant is altijd moeilijk te vinden. Vooral als je niet weet waar het is.

Google geeft aan dat er meer dan duizend ‘decent’ restaurants te vinden zijn in Lanzarot. Ik heb er nog geen één gezien. Alleen maar Bodega’s.
Een half uur rijden we rond. We besluiten het te gaan vragen. We parkeren voor een kunstgalerie. Het is er doodstil. Een wat oudere Duitse man komt loom tevoorschijn. Hij kijkt alsof hij het leuk vind dat er mensen langskomen. Mijn vriend spreekt hem aan in wat een beetje op Duits lijkt. Na wat handen en voeten werk komen we erachter dat er best een goed restaurant aan de rand van het dorp ligt.

Met gierende banden verlaten we de parkeerplaats. We rijden naar de rand van het dorp. ‘Hier is het’, zeg ik. Met één ruk aan het stuur zet mijn vriend de auto kaarsrecht tegen de stoep aan. Ik ben iedere keer weer verbaasd over de rijtechnieken van mijn vriend.
Voor de deur staan manden met groenten en fruit. Een teken dat er vers voedsel te verkrijgen is. Bieno. Gut. Bon. Een gigantische boom bedekt het mooie terras. Ik voel mijn mond even vollopen. Een glas wijn. Alle jezus. Een glas wijn. Wat heb ik daar nu een zin in. Ik ben blij dat de zon niet schijnt.
We gaan zitten en een oudere man komt met een zwier aangelopen. Aan zijn manier van doen kan ik opmaken dat hij al heel lang in de horeca werkt. Het geeft me een veilig gevoel.

Hij overhandigt mij de wijnkaart. Ik kijk er even in, maar leg hem snel terug. Tegen over ons zit een stel. Een fles met een lichte roze wijn staat op hun tafel. Ik zoek naar het etiket. Het is er niet. Godverdomme. Waarschijnlijk zelf verbouwde wijn. Maak me gek.

Ik bestel een Spa Rood en kijk op de menukaart. Ik neem de biefstuk. Met pepersaus. Hij roept om een glas rode wijn. Ik spreek hem tegen. ‘Geen wijn, ook al is het vakantie, Biefstuk’.
Gelukkig is de ober ervaren. Hij zet mijn Spa Rood neer en neemt de wijnglazen mee. Gelukkig vraagt hij niet verder. Ik vraag me af of hij doorheeft dat ik een alcoholprobleem heb. Waarschijnlijk niet. Ik heb al zo vaak te horen gekregen dat ik er niet uit zie als een alcoholiste. Maar hoe ziet een alcoholist eruit? Of hoe hoort hij eruit te zien? En als ik er niet als één uitzie, ben ik het dan ook niet?
Uiteten gaan blijft moeilijk. Ik weet niet beter dan dat ik het ‘gezellig’ maakte met wijn. Veel wijn. Op zijn minst twee flessen. Het liefst per persoon. Nu zit ik hier met mijn spa rood. Ik kijk mijn vriend aan. Ik hoor een stilte vallen. Meteen denk ik aan de wijn. Zou dat niet gebeuren als we aan het drinken waren?
‘Mijn eerste vakantie zonder drank’, verbreek ik de stilte. Mijn vriend knikt. ‘En?’, vraagt hij. Ik kijk naar het terras.  Naar de wijnkaart. Naar het drinkende stel tegenover mij.

Even voel ik een lichte steek in mijn hart. Ik mis het. Althans. Ik mis het eerste glas wijn. En misschien de tweede. Maar dan denk ik aan het derde glas. En de vierde. Altijd maar meer. Het gevoel van onverzadigbaarheid. Niet kunnen stoppen, ook al wil je wel. De paniek als je glas leeg is. De paniek als je tafelgezelschap om de rekening vraagt in plaats van nog een glas wijn.

Ik lach. En kijk naar de mooie man, met heldergroene ogen, tegenover mij. Die waarschijnlijk niet nu voor me had gezeten als ik nog had gedronken. Alleen hij al is de moeite waard om nuchter te blijven.

‘Ik ben happy’, zeg ik oprecht. Mijn vriend lacht opgelucht. ‘Maar toch ben ik blij dat de zon niet schijnt’, vervolg ik. Mijn vriend kijkt niet begrijpend op.

Alleen (ex) alcoholisten begrijpen wat ik bedoel. Al zie je er misschien niet zo uit.


Laat commentaar achter

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *

6 Gedachten over “Van de (wijn)kaart