Wil-Is-Kracht 3


Ik wil niet naar de AA.

Absoluut niet.

Geen sprake van.

Geen denken aan.

Ik ga toch.

Met een onrustig gevoel stap ik uit de tram 3. Ik loop over de Kinkerstraat. Het is koud en onguur. Het lijkt wel winter. Toch is het pas september. Ik trek mijn sjaal nog iets strakker om mijn nek. Ik besloot, thuis, om mijn witte schapenwollen jasje aan te doen van Supertrash. Het vieze bruine vlekje, vlak bij de rits, leek me wel toepasselijk voor deze bijeenkomst. Ik wil er niet te crisp uitzien. Mijn leren motorhandschoentjes, met open vingers, trek ik uit. ‘Misschien net iets te excentriek’, bedenk ik me.

Ik ben op zoek naar de Klinker. Een buurtcentrum. De meneer aan de telefoon, Bob geloof ik, vertelde me dat daar de AA meeting was. Om zeven uur. In de verte zie ik de grote letters ‘Klinker’. Ik loop er met een bonkend hart naartoe. Ik twijfel erover om nog een sigaretje te gaan roken, maar besluit dan om het niet te doen.

Het is een groot gebouw. Binnen is het lekker warm . Ik zie wat bejaarde mannen lachend, achter hun rollator, door de gang sjezen. Ik lach en loop naar de balie. ‘Ik kom voor de AA’, zeg ik zachtjes tegen de baliewerkster. Ze kijkt me een beetje onderzoekend aan en knikt dan richting twee dames.

Ik zie een oudere vrouw met kort haar en een sombere blik in haar ogen. En een jong blond lang meisje. Ik kijk even naar het jonge blonde jonge meisje. Ik zucht opgelucht. Iemand van mijn leeftijd.

De reden, overigens, dat ik toch maar heb besloten om keer deel te nemen aan een meeting. Ik voel me af en toe zo verdomd alleen. Ik ken bijna niemand van mijn leeftijd die niet drinkt.

Ik ben nog in de bloei, als ik dat mag zeggen, van mijn leven. Begrijp me niet verkeerd. Ik vind het gezellig om af te spreken. Ik houd van mensen om me heen. Ik houd zelfs van feestjes. Tot een uurtje of twaalf. Dan moet ik afhaken. Dan gaat de alcohol rijkelijk vloeien. Dan wordt het moeilijk. Ik moet vriendelijk bedanken. En zo snel mogelijk de Nooduitgang zien te vinden.

Zodoende adviseerde Bjarne (mijn psycholoog) mij om toch een keer naar een AA Meeting te gaan. Ik keek hem lachend aan. Ik maakte ervan een notitie in mijn Iphone en knikte.
‘Je hebt gelijk, Bjarne’, zeg ik. ‘Maar dan zeg ik wel ik van jou moest’.
Hij knikt en geeft me een hand. Hij opent de deur. ‘Geef mij maar weer de schuld’, antwoord hij droogjes.

Ik loop naar de twee vrouwen toe. Mijn hoge hakken tikken tegen de harde vloer.  Ik baal ervan dat ik geen platte schoenen aan heb. ‘Zijn jullie van de AA?’. Ze knikken vriendelijk en gebaren me naar een zaaltje. Een grote ronde tafel staat in het midden van een kamer. Ik ga snel zitten. De oudere vrouw pakt haar tas uit en legt talloze folders neer in het midden van de tafel.

Het blonde meisje gaat naast me zitten. ‘Is dit je eerste keer?’, vraagt ze. Ik knik verlegen. ‘Kom je net uit een kliniek’, vraagt ze door. Ik schud beduusd mijn hoofd. Ergens schaam ik me dat ik al twee jaar droog sta.‘Wees maar niet bang’, vervolgt ze dan, ‘Iedereen hier is verslaafd’. Ik knik en lach.

Er overvalt mij een rustig gevoel. Een gevoel van herkenning. Hier hoef ik  niet te passen voor een drankje. Hier voel ik geen steek in mijn hart als er nog een fles wijn wordt opengetrokken. Hier wordt niet gepraat over hoe vet het weekend was. Hier wordt geen drank en drugs getolereerd. Het voelt als een verademing.

Ik voel de tranen opkomen. Nu pas realiseer ik me hoe hard ik heb moeten vechten. Hoe vreselijk eenzaam ik me heb gevoeld. Hoe intens mijn strijd is geweest. Ze ziet de tranen in mijn ogen. Ze lacht naar me. ‘Komt wel goed’, zegt ze lief’.

Een lange man, met een kaarsrechte rug, komt ook binnen. Hij neemt plaats aan de hoofd van de tafel. Er valt een lange stilte. Langzaamaan druppelen de mensen binnen. Van jong en oud. Van blond en grijs. Van aantrekkelijk tot niet echt appetijtelijk. Van klein en groot. Alles. In alle soorten en maten. Maar toch met één overheersende overeenkomst.  Het geeft mij een goed gevoel. Ik voel een verbondenheid. Een verbondenheid die ik in al die twee jaar niet heb gevoelt. Tot het programma begint…


Of we even onze ogen wilde sluiten en bidden…tot de hogere macht. Iedereen buigt zijn hoofd en sluit vredig zijn ogen. Ik kijk verwilderd om mijn heen. ‘What the fuck’, gaat er door me heen. Ik houd mijn ogen wagenwijd open. Ik had toch echt op de website gelezen dat ze niet religieus waren. Mijn euforische groepsgevoel is overgegaan in een lichte twijfel. Past dit wel bij mij?

Het eerste half uur wordt er aandacht geschonken aan de AA regels. Er wordt voorgelezen uit een klein wit boekje. Bij iedere passage wordt hij doorgegeven aan degene naast je. Je dient je naam te noemen en dan erachter aan te zeggen dat je verslaafd bent. Het gaat zo:  ‘Ik ben Loïs en ik ben verslaafd’. De groep antwoord dan verveeld in koor. ‘Hallo Loïs’. Het heeft iets weg van de kleuterklas.  ‘Hallo’, zei ik maar twijfelachtig terug.  En dan begin ik te lezen:

“Velen van ons probeerden te stoppen met gebruiken op pure wilskracht. Die actie bleek een tijdelijke oplossing. We merkten dat wilskracht alléén niet zou werken op lange termijn…Totdat we ons voorbehoud laten varen, is het fundament van ons herstel in gevaar. Terughoudendheid berooft ons van de voordelen die dit programma te bieden heeft. Dan en alleen dan, kunnen we geholpen worden te herstellen van de ziekte verslaving. Het fundament van ons programma is de herkenning dat we, vanuit onszelf, geen macht hebben over onze verslaving. Wanneer we dit feit kunnen accepteren, hebben we het eerste deel van stap één volbracht”. 

Ik probeer heel hard en langzaam te lezen. Ik tuit mijn lippen, met Chanel lipgloss, zo nu en dan. Ik zie de letters. Ik hoor mezelf praten. Maar voor mij zijn het geen woorden van betekenis. Ik kan mij hier niet mee identificeren. Ik kan mij deze woorden niet eigen maken. Ik geloof namelijk wel. Maar niet in een hogere macht. Ik geloof in wilskracht. Als je iets écht wilt, dan kun je het. Verslaafd of niet. Wil-Is-Kracht.

Ik kijk de tafel rond.

Duizend-en-één vragen schieten door mijn kop: Waarom zoeken jullie je houvast in een boekje? Waarom wordt er niet écht met elkaar gepraat? Waarom denken jullie dat het ‘programma’ werkt? Waarom vertrouwen jullie niet op jezelf?

Dan steek ik ineens mijn hand op.

‘Mijn naam is Loïs en ik ben verslaafd’. ‘Hallo Loïs’, wordt er geantwoord in koor. ‘Ik ben al twee jaar nuchter. Ik heb het wel puur op wilskracht gedaan. Maar ik voel me zo verdomd alleen’. Een paar ogen staren mij aan.  Ik ga verder. ‘Ik geloof eigenlijk niet echt in een hogere macht en ik geloof ook niet dat ik machteloos ben’. Ik hoor wat geschuif en gekuch. ‘Ik weet niet of dit iets voor mij is’. Het is doodstil.

De lange man aan het eind van de tafel klapt zijn handen in elkaar en leunt naar achteren. ‘Dank je wel, Loïs’, zegt hij lichtelijk onthutst. Dan staat iedereen ineens op en geeft elkaar een hand. Ik wil niet lullig doen en volg hun voorbeeld. Een minuut lang staan we hand-in-hand in een kring te bidden. Ik voel me weerloos tegen de schreeuwende stilte. Dan is de meeting voorbij.

De papieren worden opgeruimd. De gespannen zweer, die het programma met zich meebrengt, is ineens weg. Mensen lopen naar elkaar toe en geven elkaar een knuffel. Er wordt ineens met elkaar gepraat. Hoe gek is dat? Ná het programma wordt er pas echt gecommuniceerd. Ná het programma is er verbondenheid. Ná alle opsmuk wordt de sfeer losser.

Toch trek ik snel mijn jas aan. Ik wil zo snel mogelijk weg.

Met stevige passen loop ik door de Kinkerstraat. Ik voel me teleurgesteld. Ik had gehoopt op medestanders. Op lotgenoten. Op gesprekken. Op ervaringen. Op positiviteit. Maar het voelt alsof mijn brein is aangerand.

Lopend voel ik een brok in mijn keel. Ik voel me nog eenzamer dan eerst. Ik kijk naar de stenen op de grond. Mijn hoofd is gebogen. De twijfel slaat toe. Ben ik echt ongeneselijk ziek? Ben ik echt een slachtoffer? Ben ik echt machteloos? Ga ik echt terugvallen als ik het programma niet volg?

Ineens hoor ik ‘Psssst’ naast me. Een donkere oudere vrouw met een enorme donkere krullenbos kijkt me aan. Ze is overduidelijk een verslaafde. ‘Don’t look down, girl’, zegt ze. ‘Look up’. Ze wijst naar boven. Ik lach. ‘Verdomd’, denk ik. Ze heeft gelijk.
Met een lach loop ik door.

Look up. Always look up.

High heels

Loïs Bisschop


Laat commentaar achter

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *

3 Gedachten over “Wil-Is-Kracht

  • Jeannette

    Beste Lois
    Die AA, daar moest ik ook niks van hebben. Flauwekul om te zeggen ‘hallo ik ben Jeannette en ik ben alcoholist’. Ja vrij logisch toch want wat doe je er anders. En dan die hogere macht. Ook daar heb ik het na 1,5 jaar trouw bezoeken van de meeting nog steeds moeite mee. Maar wat lees ik bij jou.
    Je komt met twijfel uit de meeting. Je voelt je nog eenzamer dan eerst. En dan is daar die donkere krullenbol. Don’t look down girl. Look up!! Ik weet het niet Loïs maar was zij op dat moment dan misschien je hogere macht? Feit is wel dat je positiviteit weer terug was. Succes meid x

    • loisbisschop

      Hoi Jeannette,

      Begrijp me niet verkeerd, hoor. Voor iedereen voor wie de AA helpt, is dat prachtig! Ik kan het alleen echt niet.
      Ik zou graag naar meetings gaan waar je, zonder het ‘programma’, elkaar kunt helpen en spreken.
      Maar inderdaad. Always look up!

      Liefs Lois